
Niets bereidt je voor op de eerste keer dat je de Aiguilles de Bavella ziet. Je rijdt over de slingerweg vanaf Solenzara of Zonza, neemt een bocht, en daar staan ze: zeven granieten naalden van rood gesteente die honderden meters loodrecht uit het bos rijzen. Het lijkt alsof iemand een berg heeft uitgehakt en alleen de toppen heeft laten staan.
De zeven naalden
De Aiguilles de Bavella zijn een bergmassief in het zuidoosten van Corsica, op de grens van de regio Zuid en het binnenland. Het massief bestaat uit zeven hoofdtoppen ('aiguilles' = naalden), van zuid naar noord:
- Punta di l'Acellu (1.588 m)
- Punta di l'Ariettu (1.591 m)
- Punta di a Vacca (1.611 m) — de enige die door wandelaars zonder klimuitrusting bereikbaar is
- Punta di u Pargulu (1.785 m)
- Punta Longa (1.836 m)
- Punta Alta (1.855 m) — de hoogste
- Punta Iolla (1.848 m)
Het rode graniet is dezelfde steensoort als in de Calanques de Piana, maar hier zijn de vormen verticaler en scherper. Wind, ijs en regen hebben de toppen uitgesleten tot piek na piek, met daartussen valleien van dennen die door de wind krom zijn gegroeid.
Tip Op de Col de Bavella op zo'n 1.218 meter hoogte ben je een tot tien graden koeler dan aan de kust. In juli kan dat het verschil zijn tussen lijden in Porto-Vecchio en een lange wandeling tussen schaduw en wind. Pak iets met lange mouwen mee, ook in hartje zomer.
De Col de Bavella
De Col de Bavella (1.218 m) is het bergpas-punt waar de D268 uit Solenzara samenkomt met de D268 richting Zonza. Hier staat een houten Christusbeeld dat al sinds de negentiende eeuw boven de pas waakt. Het is het sociale knooppunt van het massief — restaurants en bergpensions liggen rondom de col, parkeerplaatsen zijn op een paar punten verspreid, en alle wandelroutes vertrekken hier.
In juli en augustus is de col een drukke verkeersader. Reken op zoeken naar parkeerplek na 10.00. Buiten het hoogseizoen is het meestal rustig, en in de schouderseizoenen (mei, juni, september, oktober) kun je je voor je doet alsof je het massief voor jezelf hebt.
De wandeling naar de Trou de la Bombe
De bekendste wandeling vanaf de col is naar de Trou de la Bombe (officieel U Cumpuleddu), een natuurlijk gat van zo'n acht meter doorsnede in een granieten muur. Vanuit het gat kijk je dwars door de berg naar de bergen aan de andere kant.
- Lengte: 5 km heen-en-terug
- Hoogteverschil: 200 m
- Tijd: 2 tot 2.5 uur, met pauzes
- Moeilijkheid: matig — geen technische passages, maar wel rotsig en met wat klimwerk
Het pad start aan de oostzijde van de col en is goed gemarkeerd met rood-witte strepen (deels van de Mare a Mare Sud) en aanvullende oranje markeringen specifiek voor de Trou. Je loopt door dennenbossen, klimt over rotsplateaus en bereikt na ongeveer een uur de Trou. De rotsmuur eromheen is enorm en de schaal pas je echt tot je een mens aan de andere kant ziet staan.
Tip Wandel niet midden op de dag. De granieten platen reflecteren zon als een spiegel, en zelfs in de bergen is het tussen 12.00 en 15.00 in de zomer warm. Vertrek voor 09.00 of na 16.00.
Andere wandelingen
Punta di a Vacca — vanaf de col naar boven, ongeveer 3 uur heen-en-terug, met een laatste stuk waar je over rotsen klimt. Top heeft 360°-uitzicht, op heldere dagen tot aan Sardinië.
GR20-zuidelijk eindpunt — de GR20 eindigt (of begint, afhankelijk van richting) bij Conca, niet ver van Bavella. De etappe Bavella–Paliri–Conca is een van de mooiere stukken van de hele tocht en je kunt er een dag uit lopen.
Mare a Mare Sud — de Mare a Mare Sud trail kruist Bavella en gebruikt de col als een van z'n etappepunten. Een dagstuk vanaf Quenza naar Bavella is goed te doen voor wie geen meerdaagse trekking wil.
Cascade de Purcaraccia — voor wie van canyoning houdt, ligt deze beroemde canyon vlakbij. Glijbanen en watervallen door granieten poelen — alleen met gids.
Praktisch
- Bereikbaarheid: vanuit Porto-Vecchio ongeveer 1 uur via de D368 en D268. Vanuit Solenzara via de D268 ongeveer 45 minuten omhoog. Vanuit het centrum een mooie rit door het binnenland over de D69
- Parkeren: gratis op een aantal plekken rond de col, soms vol in juli/augustus
- Eten: Auberge du Col de Bavella is een instituut, met simpele Corsicaanse gerechten en een terras met uitzicht op de pieken. Reserveer in het hoogseizoen
- Slapen: Auberge du Col zelf, of een handvol gîtes in Zonza of Quenza op 15-20 minuten rijden
- Wat meenemen: wandelschoenen, water (1.5 liter pp), lichte fleece, zonbescherming, picknick
- Wanneer: mei tot oktober. In de winter is de col soms ondoorrijdbaar door sneeuw of ijs